Terug naar vragen & antwoorden
Aqiedah

Zijn er nu op dit moment mensen in het Paradijs?

Zijn er nu op dit moment mensen in het paradijs? Of wachten we allemaal op de dag des oordeels? Ik heb een Hadieth gelezen of de Profeet, Salla Allaahoe ‘aleihi wasallam, dat hij tijdens zijn hemelreis in het paradijs heeft gekeken en in de hel heeft gekeken waarbij hij is het paradijs meer arme mensen heeft gezien dan rijke en waarbij hij in de hel meer vrouwen heeft gezien dan mannen.. Toch kom ik ook vaak tegen dat we allemaal wachten op de dag des oordeels. Ik hoop dat u mijn verwarring snapt en dat u mij een duidelijk antwoord kunt geven met bewijzen zodat ik niet afgedwaald zal raken.

Bismi Allaah Ar-Rahmaani Ar-Rahiem (In de naam van Allaah, de Erbarmer, de Barmhartige).

Alle lof komt Allaah toe, vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allaah, zijn familieleden, zijn metgezellen en degenen die zijn leiding volgen.

Allaah Soebhaanahoe wata’alaa heeft het Paradijs en de Hel geschapen en deze zijn nu aanwezig. En dit staat zowel in het Boek van Allaah, als in de Soennah van Zijn Boodschapper, Salla Allaahoe ‘aleihi wasallam.

De geleerden zijn het erover eens dat Adam, ‘aleihi salaam en Hawwaa’ (Eva) in het Paradijs waren. En nadat de Shaytaan hen heeft misleid en zij van de boom aten, heeft Allaah hen uit het Paradijs doen treden en hun op aarde laten vestigen.
Allaah de Verhevene zegt:

{وَقُلْنَا يَا آدَمُ اسْكُنْ أَنتَ وَزَوْجُكَ الْجَنَّةَ وَكُلَا مِنْهَا رَغَدًا حَيْثُ شِئْتُمَا وَلَا تَقْرَبَا هَٰذِهِ الشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ الظَّالِمِينَ. فَأَزَلَّهُمَا الشَّيْطَانُ عَنْهَا فَأَخْرَجَهُمَا مِمَّا كَانَا فِيهِ ۖ وَقُلْنَا اهْبِطُوا بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ ۖ وَلَكُمْ فِي الْأَرْضِ مُسْتَقَرٌّ وَمَتَاعٌ إِلَىٰ حِينٍ}

سورة البقرة 35-36

Interpretatie van de betekenis van het vers:
{En wij zeiden: O Adam, verblijf jij en jouw vrouw in het Paradijs en eet daarbinnen overvloedig van wat jullie willen. Maar kom niet in de buurt van deze boom, anders zullen jullie beiden tot de onrechtplegers behoren. Toen deed de Sheytaan daarvan (uit het Paradijs) afglijden en haalde hen beiden uit de plaats (het paradijs) waarin zij zich bevonden. En wij zeiden: daal ervan (uit het paradijs), als vijanden van elkaar. En voor jullie zal er op aarde een verblijfplaats en een genieting zijn voor een bepaalde duur}. Soerat El-Baqarah 35-36.

Uit de Soennah van de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe ‘aleihi wasallam de volgende Qoedsie Hadieth. Aboe Horayrah, radhiya Allaahoe ‘anhoe, verhaalde dat de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe ‘aleihi wasallam heeft gezegd: Allaah de Verhevene zegt:

"أَعْدَدْتُ لِعِبَادِي الصَّالِحِينَ مَا لَا عَيْنٌ رَأَتْ وَلَا أُذُنٌ سَمِعَتْ وَلَا خَطَرَ عَلَى قَلْبِ بَشَر." ثُمَّ قَرَأَ:

فَلَا تَعْلَمُ نَفْسٌ مَا أُخْفِيَ لَهُمْ مِنْ قُرَّةِ أَعْيُنٍ جَزَاءً بِمَا كَانُوا يَعْمَلُونَ

سورة السجدة 17

رواه البخاري

“Allaah, de meest Verhevene, zei: Ik heb voor Mijn vrome dienaren gereedgemaakt wat geen oog ooit heeft gezien en wat geen oor ooit heeft gehoord en wat geen mens ooit in zijn gedachten is opgekomen”.
Hierna reciteerde hij het volgende vers (interpretatie van de betekenis van het vers): {En geen ziel weet wat er voor hen verborgen is gehouden aan verkoeling voor de ogen, als beloning voor datgene wat zij hebben verricht}. Soerat As-Sajdah 17. Overgeleverd door El-Boekhaarie.

In tal van Ahaadieth lezen wij ook dat de Boodschapper van Allaah, salla Allaahoe ‘aleihi wasallam het Paradijs heeft gezien en zelfs heeft betreden.
Maar de manier waarop hij het Paradijs heeft gezien en heeft betreden, blijft voor ons onbekend.

'Imraan Ibn Hosayn, radhiya Allaahoe ‘anhoe, zei dat de Profeet, salla Allaahoe ‘aleihi wasallam, heeft gezegd:

"اطَّلَعْتُ فِي الْجَنَّةِ فَرَأَيْتُ أَكْثَرَ أَهْلِهَا الْفُقَرَاءَ وَاطَّلَعْتُ فِي النَّارِ فَرَأَيْتُ أَكْثَرَ أَهْلِهَا النِّسَاء".

رواه البخاري ومسلم.

“Ik heb in het Paradijs gekeken en zag dat de meeste van haar bewoners uit de armen bestaan. En ik heb in het Hellevuur gekeken en zag dat de meeste van haar bewoners uit vrouwen bestaan.” Overgeleverd door El-Boekhaarie en Moeslim.

Imam An-Nawawie heeft gezegd: “El-Qaadhie ‘Ayaadh zei: De geleerden hebben gezegd: Het kan zo zijn dat hij (de Boodschapper van Allaah, salla Allaahoe ‘aleihi wasallam) het Paradijs in het echt heeft gezien (met het blote oog), Allaah heeft dan de obstakels verwijderd en heeft het aan hem laten zien, zoals Hij (Allaah de Verhevene) de Aqsaa Moskee aan hem (aan de Profeet) heeft laten zien, waarna hij (de Profeet) de moskee heeft beschreven”.

Maar het kan ook zo zijn dat met de ‘aanschouwing’ (van het Paradijs) in de vorm van kennis en openbaring wordt bedoeld. Hij (de Profeet salla Allaahoe ‘aleihi wasallam) wordt dan op de hoogte gebracht van gedetailleerde zaken, welke hij niet eerder wist.

El Qaadhie Ayaadh vervolgt:
“Maar de eerste mening is het meest waarschijnlijk. Deze komt dan het meest overeen met de termen van de overlevering. Daaruit kan worden opgemaakt dat het een aanschouwing met het oog is geweest. Het voorbeeld daarvan is zoals ‘het pakken van een tros druiven uit het Paradijs’ en ‘het achteruit gaan uit de vrees dat hij geraakt werd door de hitte van de Hel'. Einde citaat.
Uit Sharh Moeslim 6/207.

Maar het betreden van het Paradijs met de Ar-Rooh (met de geest, ziel), is tot nu toe wel bewezen, zoals dit het geval is bij alle profeten en de martelaren.
Lees meer hierover in het verhaal van El-Israa-e en El Mi’raadj van de Profeet salla Allaahoe ‘aleihi wasallam.

De Profeet van Allaah salla Allaahoe ‘aleihi wasallam, heeft gezegd:

"إِنَّ أَرْوَاحَ المُؤْمِنِين فِي أَجْوَافِ طَيْرٍ خُضْرٍ تَعْلُقُ بِشَجَرِ الْجَنَّةِ."

أحمد ، الطبراني وابن ماجة. وصححه الألباني في الصحيحة برقم 995. وَمَعْنَى تَعْلُقُ: تَأْكُلُ.

“Voorwaar, de zielen van de gelovigen bevinden zich in de kelen van groene vogels. Zij eten van de bomen van het Paradijs”. Overgeleverd door Ahmed, At-Tabaraanie en Ibn Maajah. Authentiek bevonden door El-Albaanie in As-Sahiehah, Hadieth nr. 995.

En onze Profeet Mohammed salla Allaahoe ‘aleihi wasallam is de eerste die het Paradijs zal betreden op de Dag der Opstanding.

Anas Ibn Maalik zei dat de Profeet salla Allaahoe ‘aleihi wasallam heeft gezegd:

"آتِي بَابَ الْجَنَّةِ يَوْمَ الْقِيَامَةِ فَأَسْتَفْتِحُ ، فَيَقُولُ الْخَازِنُ: مَنْ أَنْتَ؟ فَأَقُولُ: مُحَمَّدٌ. فَيَقُولُ: بِكَ أُمِرْتُ لَا أَفْتَحُ لِأَحَدٍ قَبْلَكَ".

رواه مسلم 197.

“Ik zal bij de Poort van het Paradijs aankomen op de Dag der Opstanding en vervolgens vragen of er voor mij geopend wordt. De Bewaker zal dan zeggen: “Wie ben jij?” Ik zal antwoorden: “Mohammed.” Hij zal dan zeggen: “Ik ben opgedragen om voor niemand anders als eerst te openen dan voor jou.”
Overgeleverd door Moeslim 197.

Uit de bovenstaande overlevering is op te maken dat er momenteel mensen zijn die zich met hun zielen en niet met hun lichamen in het Paradijs begeven.

Het betreden van zowel het Paradijs en het Hellevuur met het lichaam zal na de afrekening op de Dag des Oordeels gebeuren.

عَنْ أُمِّ هَانِئٍ رَضِيَ اللهُ عَنْهَا قَالَتْ: سَأَلْتُ رَسُولَ اللهِ صلى الله عليه وسلم فَقُلْتُ: يَا رَسُولَ اللهِ! أَنَتَزَاوَرُ إِذَا مِتْنَا ، وَيَرَى بَعْضُنَا بَعْضًا؟ فَقَالَ رَسُولُ اللهِ صلى الله عليه وسلم: "تَكُونُ النَّسَمُ طَيْرًا تَعَلَقُ بِالشَّجَرِ، حَتَّى إِذَا كَانُوا يَوْمَ الْقِيَامَةِ ، دَخَلَتْ كُلُّ نَفْسٍ فِي جَسَدِهَا".

أخرجه الطبراني في الكبير وأحمد ، وصححه الألباني في صحيح الجامع برقم 2989 ، وفي الصحيحة برقم 679.
النَّسَم: بِفَتْحِ النُّون: جَمْعُ نَسَمَة ، وَهِي الرُّوح. تَعْلُق: بِضَمِّ اللَّام أَيْ تَأْكُل.

Oemm Haanie radhiya Allaahoe anhaa zei dat zij de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe ‘aleihi wasallam heeft gevraagd: Zullen wij elkaar bezoeken als wij dood zijn en zullen wij elkaar zien?
Waarop de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe ‘aleihi wasallam zei:
“De zielen zullen als vogels zijn, etend van bomen. Wanneer de Dag der Opstanding komt, zal iedere ziel in haar eigen lichaam kruipen”.
Overgeleverd door Ahmed en At-Tabaraanie. Authentiek bevonden door El-Albaanie in Sahieh El-Djaami’ nr. 2989 en in As-Sahiehah Hadieth nr. 679.

Ibn El-Qayyim zei:
“Hier is het duidelijk dat de ziel het Paradijs betreedt vóór de Dag der Opstanding”.
Bron: Haadie El-Arwaah blz. 48.

Andere zielen worden in de Hel geworpen en daardoor worden zij getroffen door de hitte van de Hel en de bestraffing.
Allaah de Verhevene zegt:

النَّارُ يُعْرَضُونَ عَلَيْهَا غُدُوّاً وَعَشِيّاً وَيَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ أَدْخِلُوا آلَ فِرْعَوْنَ أَشَدَّ الْعَذَابِ

سورة غافر 46

Interpretatie van de betekenis van het vers:
{Zij zullen in de ochtend en in de avond voorgeleid woorden aan het Vuur. En de Dag waarop het Uur zal aanbreken (zal er tegen de engelen worden gezegd): Doe de volgelingen van de Farao de harde bestraffing binnengaan}.
Soerat Ghaafir 46 (40:46)

Aan Sheych Mohammed Ibn Saalih El-‘Oethaimien, rahimahoe Allaah, is de volgende vraag gesteld:
Vraag: Hoe heeft de Profeet, salla Allaahoe ‘aleihi wasallam, de toestanden van de bewoners van het Paradijs en die van de bewoners van de Hel gezien tijdens de nachtelijke reis van El-Israa-e en El-Mi’raaj, terwijl het Uur nog niet heeft plaatsgevonden?

Hij antwoordde:
De Profeet, salla Allaahoe ‘aleihi wasallam, heeft ons dat verteld dat hij het Paradijs en de Hel heeft waargenomen.
Hij zag mensen die leden en anderen die genoten. En Allaah is Alwetend over de manier daarvan. Omdat de onwaarneembare zaken, wanneer deze meegedeeld worden, wij deze gewoon dienen te geloven zoals deze vermeld worden.

Wij mogen dus niet vragen hoe!
Waarom? Omdat onze gedachten tekortschieten om op de hoogte van deze zaken te zijn.

De Profeet, salla Allaahoe ‘aleihi wasallam, heeft over zaken gesproken waarvan ons blote verstand niet in staat is deze in hun werkelijkheid te begrijpen.

Hij vertelde dat Allaah, ‘Azza Wa djall, iedere nacht neerdaalt wanneer het laatste derde deel van de nacht overblijft. En zoals bekend is, is dat het derde deel van de nacht, circuleert (van plek) op aarde. Wanneer deze op een plaats is, verplaatst deze zich (steeds) van een plaats naar een andere. Zullen wij dan vragen hoe dit geschiedt?

Wij zeggen dan: je moet geloven in datgene waarover de Profeet, salla Allaahoe ‘aleihi wasallam, jou heeft ingelicht zonder te vragen hoe.
Omdat je verstand niet in staat is om deze onwaarneembare zaken te omvatten.

Wij moeten ons hier dan aan onderwerpen zonder te vragen: hoe en waarom? Daarom hebben sommige geleerden profijtvolle woorden gezegd. Zij hebben gezegd: “Zeg (vraag) wat heeft Allaah (ons) opgedragen?
En zeg (vraag) niet waarom heeft Allaah (ons dit) opgedragen?”

En Allaah is Degene Die succes schenkt.

Majmooe’ Fataawaa Sheych Ibn ‘Oethaimien, volume 2, hoofdstuk ‘de Laatste Dag’.

De zuivere Islaam

Volgens het begrip van de vrome voorgangers
DONEER