Smeekbede bij het waarnemen van een nieuwe maan

April 11, 2021
Team Assidq

Bismi Allaahi Ar-Rahmaani Ar-Rahiem
(In de naam van Allaah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige).

Alle lof komt Allaah toe, vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allaah, zijn familieleden, zijn metgezellen en degenen die zijn leiding volgen.

Talha Ibn Abdi Allaah radhiya Allaahoe anhoe zei, dat wanneer de Profeet salla Allaahoe aleihi wasallam een nieuwe maansikkel zag, het volgende zei:

"اللهُ أَكْبَرُ اللَّهُمَّ أَهِلَّهُ عَلَيْنَا بِالأَمْنِ والإيمَانِ ، وَالسَّلامَةِ وَالإِسْلامِ، -وَالتَّوْفِيْقِ لِمَا تُحِبُّ رَبَّنَا وَتَرْضَى،- رَبِّي ورَبُّكَ اللهُ".

 Transcriptie van de smeekbede:
Allaahoe Akbar, Allaahoemma ahillahoe ‘aleinaa bil-amni wel-Iemaan, wassalaamati wel-Islaam, [wattawfieq limaa toehibboe wa tardhaa]. Rabbie wa-Rabboeka Allaah”.

Interpretatie van de betekenis van de smeekbede:
“Allaahoe Akbar (Allaah is de Grootste). O Allaah, laat het verschijnen van deze maan een voorloper zijn van veiligheid en Iman (geloof), deugdelijkheid en Islaam (voor ons). (O Allaah, leid ons naar hetgeen U liefheeft en waar U tevreden over bent). (O maan) mijn Heer en jouw Heer is Allaah”.

Overgeleverd door At-Tirmidtie 5/504, Ad-Daarimie 1/336.
Zie ook Sahieh At-Tirmidtie 3/157.

Toevoeging van Assidq:
[wattawfieq limaa toehibboe wa tardhaa] (o Allaah, leid ons naar hetgeen U lief heeft en waar U tevreden over bent), is zwak bevonden door El-Albaanie in Dha’ief El-Djaami’ nr.9884.


Sheych Abdoer-Razzaaq El-‘Abbaad zei:
“Er is overgeleverd in de Soennah dat het aanbevolen is voor de moslim, dat wanneer hij de maansikkel van iedere maand waarneemt, deze smeekbede uitspreekt.
De moslim smeekt Allaah Soebhaanahoe wa Ta’aalaa om deze maand, een maand van veiligheid en Iman, deugdelijkheid en Islaam te maken. Het is een gezegende smeekbede en het is goed dat de moslim deze uitspreekt, telkens wanneer hij een nieuwe maansikkel waarneemt.

Het belangrijkste waar men zich mee moet bezig houden in deze maanden en waar men tijd aan moet besteden, is het geloof in Allaah Soebhaanahoe wa Ta’aalaa, het nakomen van Zijn bevelen en zich (totaal) aan Hem onderwerpen in al Zijn regelgevingen, Zijn bepalingen en Zijn bevelen.

En wanneer de maanden voorbij gaan zonder dat de dienaar tijd aan dit doel heeft besteed, dat dit een verlies is van deze maanden en een onthouding van de goedheid. Want de maanden zijn slechts geschapen als een depot om El-Imaan (het geloof) te belijden en te waken over de goede daden daarin. En dit zal duidelijk zijn op de Dag der Opstanding, wanneer de mensen zullen opstaan voor Allaah Soebhaanahoe wa Ta’aalaa opdat zij de resultaten van hun daden, de oogst van hun leven en de vruchten van hun tijden zullen aanschouwen. Wij vragen Allaah Soebhaanahoe wa Ta’aalaa dat Hij al onze tijd in orde maakt en deze vult met Iman, deugdelijkheid en Islaam en ons leidt naar hetgeen Hij lief heeft en waar Hij tevreden over is. Hij is onze Rabb en wij hebben geen Rabb behalve Hij”.

Bron: het boek Fiqh El-El-Ad’iyyahwel-Athkaar.

Ibn El-Qayyim zei:
“Het jaar is net een boom: de maanden zijn de takken, de dagen zijn de twijgen, de uren zijn de bladeren en degene wiens ademhalingen omwille van het gehoorzamen aan Allaah Soebhaanahoe wa Ta’aalaa zijn, die heeft goede vruchten. Maar wiens ademhalingen niet omwille van het gehoorzamen van Allaah zijn, zijn vruchten zullen net als een kwintappel (vrucht met een bittere smaak) zijn. En op de Dag der Opstanding zullen de zoete vruchten onderscheiden worden van de bittere”.  

El Fawaaid blz. 164.

Een profijtje:
Sheych El-Albaanie rahimahoe Allaah zei:
Veel mensen spreken deze Doe’aa-e (smeekbede) uit terwijl zij naar de maan kijken, zoals zij zich ook tot het graf wenden wanneer zij een bepaalde Doe’aa-e uitspreken. En dit alles is verboden, want zoals dat in de Sharie’ah is vastgesteld, de richting waar men zich naar moet wenden tijdens een Doe’aa-e, hoort dezelfde te zijn als de richting waarnaar men zich wendt tijdens het gebed, namelijk de Qiblah.
Het beste wat hierover is verhaald door Ibn Abie Shaybah, is dat Ali Ibn Abie Taalib radhiya Allahoe ‘anhoe heeft gezegd:
“Degene onder jullie die de (nieuwe) maan ziet, behoort zijn hoofd niet op te heffen (d.w.z. behoort niet naar de maan te blijven kijken tijdens de Doe’aa-e), maar neemt genoegen door te zeggen “Rabbie wa Rabboeka Allaah” (mijn Heer en jouw Heer is Allaah).
Overgeleverd door Ibn Abie Shaybah12/8-11.

Sheych zei verder:

“Abdoe Allaah Ibn Abbaas radhiya Allahoe ‘anhoema verafschuwde het om naar de maan te kijken tijdens de Doe’aa-e. Hij keek dan de andere kant op (naar de Qiblah) en zei: ‘Allaahoe Akbar’ en sprak de Doe’aa-e uit.”

Bron: het boek El-Kalim At-Tayyib, commentaar op Hadieth nr. 162


En Allaah de Verhevene weet het beste.