Terug naar vragen & antwoorden
Gebed

De regelgeving omtrent het heffen van de handen tijdens Doe’aa-e Qoenoet

Wanneer de Imam Doe'aa-e verricht na de roekoe' van de laatste Rak’ah van het Witr gebed, mogen wij dan de handen heffen en de Doe'aa-e bevestigen met amien?

Bismi Allaah Ar-Rahmaani Ar-Rahiem (In de naam van Allaah, de Erbarmer, de Barmhartige).

Wanneer de Imaam Doe’aa-e doet aan het einde van het Witr gebed, (of aan het einde van een ander gebed) dan doet hij de smeekbede van El-Qoenoet.

Wat is de smeekbede van El-Qoenoet? De smeekbede van El-Qoenoet is een smeekbede die men uitspreekt aan het einde van het nachtgebed (El-Witr), of aan het einde van andere verplichte gebeden. De eerste is een Soennah die af en toe gedaan zou moeten worden.

De tweede wordt met name in tijden van An-Nawaazil (calamiteiten, enkelvoud: An-Naazilah) gedaan, zoals in tijden van oorlog, aardbevingen, overstromingen, ziekte epidemieën etc.

Hieronder meer in de Fatwaa van Sheych Saalih Ibn Fawzaan El-Fawzaan:

Wat in deze smeekbede wordt uitgesproken, leiden wij af uit de volgende overlevering:

عن الحسنِ بن عليٍّ رَضِيَ اللهُ عنهما، أنَّه قال: عَلَّمني رسولُ اللهِ صلى الله عليه وسلم كلماتٍ أقولهنَّ في قُنوتِ الوِترِ:

"اللَّهُمَّ اهْدِنِي فِيْمَنْ هَدَيْتَ، وعَافِنِي فِيمَنْ عَافَيْتَ،

وتَولَّنِي فِيمَنْ تَوَلَّيْتَ، وَبَارِكْ لِي فِيمَا أعْطَيْتَ،

وقِنِي شَرَّ مَا قَضَيْتَ؛ فَإنَّكَ تَقْضِي وَلا يُقْضَى عَلَيْكَ،

إنَّهُ لا يَذِلُّ مَنْ وَالَيْتَ،

وَلا يَعِزُّ مَنْ عَادَيْتَ، تَبَارَكْتَ رَبَّنَا وَتَعَالَيْتَ".

رواه أحمد ، الدارمي ، البيهقي ، الترمذي وأبو داود. وصححه الألباني في الإرواء برقم 429.

Vertaling van de smeekbede:

El Hasan Ibn Ali radhiya Allaahoe ‘amhoemaa zei: de Boodschapper van Allaah salla Allaahoe ‘aleihi wasallam heeft mij de smeekbede van El-Witr geleerd:

“O Allaah, leid mij samen met degenen die U heeft geleid en bescherm mij (in mijn gezondheid), samen met degenen die U (goede) gezondheid heeft geschonken. Neem mij onder Uw hoede samen met degenen die U onder Uw hoede heeft genomen. Zegen hetgeen U mij heeft gegeven. Bescherm mij tegen het kwaad dat U al heeft besloten (bepaald). U oordeelt en niemand oordeelt over U. Voorwaar wie U als Waliyye (bondgenoot) aanneemt, zal niet vernederd worden en wie U als vijand aanneemt, zal niet glorieus worden. Gezegend bent U, onze Rabb (onze Heer) en Verheven bent U”.

Transcriptie van de smeekbede:

“Allaahoemma h-dinie fiemen hadait, wa’aafinie fiemen ‘aafeit, watewallanie fiemen tewalleit, wabaarik lie fiemaa a’tait, waqinie sherra maa qadhayt, fa-innaka teqdhie welaa yoeqdhaa ‘aleik, innehoe laa yadtilloe men waaleit, welaa ya’izzoe men ‘aadait, tebaarakta Rabbanaa wata’aaleit”.

Sheych Saalih Ibn Fawzaan El-Fawzaan zei:

“De smeekbede (El-Qoenoet van El-Witr) is een Soennah. Het is de doe’aa-e die uitgesproken wordt na het terugkomen vanuit de Rokoo’ houding. Er mag niet tijdens elk Witr gebed El-Qoenoet worden verricht.

Men moet het soms doen en het soms weer laten. Wat betreft El-Qoenoet na het opkomen vanuit de Rokoo’ houding in El-Fadjr gebed: deze mag alleen in tijden van ‘An-Nawaazil’ (calamiteiten) gehouden worden. Als een ‘Naazilah’ de moslims treft is het toegestaan voor de A-immah (Imams) van de moskeeën om Allaah de Verhevene te smeken om deze ramp te beëindigen”.

Bron: Fataawa van Sheych Saalih Ibn Fawzaan El-Fawzaan, eerste deel “As-Salaat”.

Het heffen van de handen tijdens de smeekbede van de Qoenoet in het Witr gebed is bevestigd in de volgende uitleg van Sheych Ibn ‘Oethaimien; hij zei:

“Wanneer dit in groepsverband gebeurt spreekt de Imam de smeekbede uit en degenen die achter hem bidden heffen hun handen op borsthoogte met de handpalmen naar boven en beantwoorden zijn smeekbede met: Aamien”.

Aldus Sheych Ibn ‘Oethaimien in uitleg van Qoenoet Doe’aae.

En Allaah de Verhevene weet het beste.

De zuivere Islaam

Volgens het begrip van de vrome voorgangers
DONEER