Is het toegestaan om namens een overledene een etentje te organiseren en wat is de juiste manier om hiermee om te gaan?
Bismi Allaahi Ar-Rahmaani Ar-Rahiem. (In de naam van Allaah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige).
Alle lof komt Allaah toe, vrede en zegeningen zij met de Boodschapper van Allaah, zijn familieleden, zijn metgezellen en degenen die zijn leiding volgen.
Moslims zijn het meest aangewezen om elkaar te helpen. Er zijn veel Aayaat uit het Boek van Allaah en overleveringen van de Profeet salla Allaahoe aleihi wasallam die aansporen tot samenwerking, onderlinge steun en het verlichten van elkaars zorgen. Toen de Profeet salla Allaahoe aleihi wasallam hoorde van de dood van zijn neef Jaʿfar Ibn Abie Ṭaalib radhiya Allaahoe anhoe tijdens de Slag van Moeʾtah, zei hij:
Interpretatie van de betekenis van de Hadieth:
“Bereid eten voor de familie van Jaʿfar, want hen is iets overkomen dat hen bezighoudt”.
Overgeleverd door At-Tirmidhie, Aboe Daawoed en Ibn Maajah. De Hadieth werd ook als Hasan (goed) beoordeeld door El-Albaanie.
In de Hadieth ligt dus de opdracht om voedsel te bereiden voor de nabestaanden, om hen te ontlasten, te troosten en hun zaken te vergemakkelijken, aangezien bepaalde zaken door hun verdriet stil kunnen komen te liggen. Het is niet de bedoeling om de nabestaanden te belasten met iets wat zij op dat moment niet aankunnen. Het is niet de bedoeling dat de nabestaanden zelf eten bereiden voor anderen, vooral niet wanneer dit uit gewoonte gebeurt of met de bedoeling om mensen bij hen samen te brengen. Volgens de Soennah zijn het juist de buren, familieleden en vrienden die het initiatief nemen om eten te bereiden en dit aan de familie van de overledene te geven. Tegelijkertijd moet dit binnen redelijke grenzen blijven en niet ontaarden in overdrijving of opschepperij. Ook is het niet de bedoeling dat de nabestaanden zelf voedsel bereiden voor degenen die hen komen condoleren. Dit is een slechte gewoonte en een Bid’ah (innovatie) die ingaat tegen de leiding en de Soennah van de Profeet salla Allaahoe aleihi wasallam.
Wat zeggen de geleerden van de Soennah over het onderwerp?
1-Ibn Taymiyyah (overleden 728 H) zei:
“Wat betreft het feit dat de familie van de overledene zelf eten bereidt en mensen uitnodigt, dit is niet voorgeschreven (niet toegestaan volgens de religieuze wet), maar behoort eerder tot een Bid’ah (innovatie). Sterker nog, Jarir Ibn Abdi Allaah radhiya Allaahoe anhoe zei: “Wij beschouwden het samenkomen bij de familie van de overledene en dat zij eten voor de mensen bereiden als onderdeel van Niyaahah (weeklagen).” Wat aanbevolen is, is juist dat wanneer iemand overlijdt, er eten wordt bereid voor zijn familie”. Einde citaat, bron: Majmoe’ El-Fataawa(24/316).”
2-Ibn Qoedaamah El-Maqdisie (overleden 620 H) zei:
“Het is aanbevolen om eten te bereiden voor de familie van de overledene en dit naar hen te sturen, als ondersteuning voor hen en om hun harten te troosten. Want het kan zijn dat zij bezig zijn met hun verlies en met degenen die bij hen langskomen, waardoor zij geen tijd hebben om zelf eten voor zichzelf te bereiden”. Einde citaat, bron: El-Moeghnie (3/496).
3-Sheych Mohammed Ibn Ibrahim (overleden 1389 H) zei:
“De rechtsgeleerden hebben duidelijk gesteld dat het afkeurenswaardig is voor de familie van de overledene om eten te bereiden voor de mensen en dat dit behoort tot de rouwmaaltijden die verboden zijn. En als het eten wordt bekostigd uit de nalatenschap van de overledene, terwijl er onder de erfgenamen minderjarigen zijn, of afwezigen, of erfgenamen die hier niet mee instemmen, dan is dit Haraam (verboden) omdat dit inhoudt dat men beschikt over het bezit van anderen zonder geldige (religieuze) toestemming”. Einde citaat, bron: de Faatawaa wa Rasaa-il van Sheych Mohammad Ibn Ibrahim (3/232).”
4-Sheych Ibn Baaz (overleden 1420 H) zei:
“Als er gasten bij de familie van de overledene komen tijdens de rouwperiode, is het toegestaan dat zij eten voor hen bereiden uit gastvrijheid. Ook is er geen bezwaar dat de familie van de overledene buren en familieleden uitnodigt om samen te eten wat aan hen is geschonken”. Einde citaat, bron: Fataawaa van Sheych Ibn Baaz (9/325).
5-Sheych Ibn Oethaimien (overleden 1421 H) zei:
“De uiterlijke betekenis van de woorden van de auteur is dat het klaarmaken van voedsel voor de familie van de overledene een algemene Soennah is. Maar de Soennah wijst erop dat het niet een absolute Soennah is, maar een Soennah voor degenen die door de ramp (het verlies) verhinderd zijn om zelf voedsel te bereiden; zoals de Profeet salla Allaahoe aleihi wasallam zei: ‘Want hen is iets overkomen dat hen bezighoudt.’ Wanneer een mens met een grote ramp wordt getroffen, raakt zijn verstand en gedachte geblokkeerd, en doet hij niets. De duidelijke redenatie is dat, als hen niets overkomt wat hen bezighoudt, het niet aanbevolen (geen Soennah) is om voor hen te koken. Toch zijn sommige mensen in deze kwestie extreem doorgeschoten, vooral in de uithoeken van het land. Wanneer iemand overlijdt, sturen ze bijvoorbeeld grote hoeveelheden schapen als geschenken naar de familie van de overledene. Vervolgens koken de nabestaanden die schapen voor anderen en nodigen mensen uit, zodat het huis van de familie die een verlies heeft geleden eruitziet als een trouwfeest. Ze steken ’s nachts veel lampen aan en zetten talloze stoelen klaar, iets wat ik zelf heb gezien. En daar is geen twijfel over dat dit tot de Bida’ El-Moenkara (verwerpelijke innovaties) behoort.” Bron: Ash-Sharh El-Moemti’ 5/376.
In een andere Fatwaa zei Sheych Ibn Oethaimien:
“Het is ongewenst voor de familie van de overledene om zelf voedsel te bereiden en mensen daarvoor uit te nodigen. Hieruit blijkt dat wat sommige moslims doen, het klaarmaken van voedsel, thee en het uitnodigen van mensen, behoort tot de verwerpelijke innovaties”. Bron: Majmoe’ Fataawaa Ibn Oethaimien 17/278.
6-De geleerden van de Permanente Commissie:
“Wat betreft het feit dat de familie van de overledene eten bereidt voor de mensen en dit tot een gewoonte maakt: dit is, voor zover wij weten, niet overgeleverd van de Profeet salla Allaahoe aleihi wasallam, noch van zijn rechtgeleide opvolgers. Integendeel, het is een Bid’ah (innovatie) en dient daarom te worden nagelaten. Omdat het de familie van de overledene afleidt en belast en omdat het lijkt op de gebruiken van de tijd van de onwetendheid en een afwending is van de Soennah van de Profeet salla Allaahoe aleihi wasallam en zijn rechtgeleide opvolgers radhiya Allaahoe anhoem…”. Einde citaat, bron: de Fataawaa (9/145)
En zij zeiden ook: “Wat de familie van de overledene tegenwoordig doet, zoals het organiseren van een avondmaaltijd of een bijeenkomst op de veertigste dag, heeft geen basis (in de religie). Als zij namens de overledene liefdadigheid willen geven door eten uit te delen, dan moeten zij zich niet binden aan een specifieke dag. En als zij geld aan de armen geven, is dat beter voor hen; omdat het verder verwijderd is van uiterlijk vertoon en nuttiger voor de armen, en ook verder verwijderd van het nabootsen van niet-moslims”. Einde citaat, bron: de Fataawaa van de Permanente Commissie (9/149).
Hierna volgt een aantal innovaties (Bida’) rond begrafenissen die onder de mensen wijdverspreid zijn geraakt. Men dient deze te vermijden en ervan weg te blijven:
Wie hierover meer wil weten, kan het boek “Ahkam El-Janaaʾiz” (De regels omtrent begrafenissen) van Sheych El-Albaanie rahimahoe Allaah raadplegen.
Samenvatting:
En Allaah de Verhevene weet het beste.